Traject- en arbeidsbegeleiding

Trajectbegeleiding

Elke persoon die voor een langere periode  terugvalt op een basisinkomen uit leefloon krijgt een trajectbegeleider toegewezen. Samen met de cliënt maken zij afspraken rond de werkpunten op korte en lange termijn. Deze afspraken worden opgenomen in een contract (GPMI).

Het betreft hier een integraal begeleidingstraject waarbij diverse aspecten aan bod kunnen komen: huisvesting, vrije tijd, activering, schuldenlast, administratie,… Indien nodig wordt er prioritair gewerkt rond een aantal randvoorwaarden zoals mobiliteit, kinderopvang, verslaving, psychische problematiek, ..., vooraleer over te gaan tot het effectieve activeren. De trajectbegeleider kan de cliënten  doorverwijzen naar de vrijwillige gemeenschapsdienst of naar de dienst arbeidsbegeleiding.

Arbeidsbegeleiding

Het team arbeidsbegeleiding begeleidt OCMW-cliënten in hun zoektocht naar een passende tewerkstelling, opleiding en/of werkervaring. Ze houden hierbij rekening met de gezinscontext, vaardigheden en talenten van de cliënt.

Er wordt steeds geprobeerd om bij het einde van het traject een stabiele werksituatie te bereiken. Dit kan  werk in het regulier arbeidscircuit zijn. De toeleiding naar een sociale of beschutte werkplaats is ook een mogelijkheid. Tijdens de begeleiding wordt beroep gedaan op externe partners zodat er passende vorming kan aangeboden worden zoals bvb attitudetraining, sollicitatietraining, taalopleiding,… De arbeidsbegeleider staat ook in voor de toeleiding naar en begeleiding van de cliënt in een traject tijdelijke werkervaring. (art 60§7)

Tewerkstelling

Een belangrijke taak van het team arbeidsbegeleiding is het begeleiden van personen tewerkgesteld  via art. 60§7. Een tewerkstelling art 60§7 houdt in dat de gerechtigde op een leefloon wordt tewerkgesteld tot hij in regel is met de sociale zekerheid. Nadat de persoon uitkeringsgerechtigd is, wordt hij echter nog verder begeleid door de dienst arbeidsbegeleiding. Dit in functie van continuïteit en een kwalitatieve toeleiding naar vast werk.

De verschillende tewerkstellingsplaatsen zijn: Wonen en Werken, de Lochting, Kringwinkel, keuken De Plataan, schoonmaak De Plataan, stedelijke groendienst, den Tatsevoet en den Omgang, Sint-Jozefskliniek, Mariasteen, de Engelbewaarder, de Waak,  … Er wordt zo veel als mogelijk rekening gehouden met de mogelijkheden en de voorkeur van de cliënt en de job die men uiteindelijk voor ogen heeft.

Wanneer er geen medewerking of werkbereidheid is bij de leeflooncliënt, dan wordt dit besproken op het Bijzonder Comité Sociale Dienst. Dit kan leiden tot een tijdelijke schorsing van het leefloon.

Inburgering

In Vlaanderen moeten bepaalde categorieën vreemdelingen verplicht een inburgeringstraject doorlopen.  Andere categorieën kunnen zich eveneens vrijwillig inschrijven voor dit traject.  Eens ingetekend wordt het traject verplicht.
Vreemdelingen die in begeleiding zijn worden gemotiveerd en in bepaalde gevallen verplicht om deel te nemen aan een actief inburgeringsproces.

De maatschappelijk werkers verwijzen de doelgroep door naar het Agentschap Integratie en Inburgering. Een medewerker stelt dan in samenspraak met de cliënt een gepast inburgeringstraject op. Dit traject bevat meerdere aspecten waardoor de inburgeraar het leven in België leert kennen.  Het volgen van Nederlandse lessen, wooncultuur, werkcultuur, rechten en plichten zijn voorbeelden van zaken die worden opgenomen in het traject. Een andere vaste partner in dit proces is het huis van het Nederlands.

Vreemdelingen die in Izegem verblijven maar niet zijn toegewezen aan ons LOI, kunnen naargelang hun verblijfsstatuut ook bepaalde rechten en plichten hebben. De maatschappelijk werkers moeten steeds voorafgaand aan elke hulpvorm een sociaal onderzoek voeren om na te gaan of zij gebruik kunnen maken van bepaalde rechten/hulpverlening.