| Politiek
- De tweede wereldoorlog Met
de echte krijgsverrichtingen van de Tweede Wereldoorlog maakte Izegem
kennis op 25 mei 1940, toen een Duits vliegtuig een reeks bommen gooide
die o.a. het Vlaams Huis in de Marktstraat totaal verwoestte en enkele
militairen en twee Izegemse burgers doodde.
De
Duitsers botsten op 26 mei op felle tegenstand van het 16e Linieregiment
in Kachtem en het 8e Linieregiment in Emelgem.
In Emelgem sneuvelden 25 Belgische militairen en in Kachtem een tiental.
In
1941 werd de VNV'er Paul Depoorter oorlogsburgemeester. Op 1 september
1942 fusioneerde Emelgem met Izegem, maar daar kwam na de oorlog een einde
aan.
|













 |
| In
Izegem fungeerden weerstandgroepen als de PA (Partisanenarmee) of de Blauwe
Brigade die meer communistisch geörienteerd was en het OF (Onafhankelijkheidsfront)
of de Witte Brigade die aanleunde bij het Geheim leger
en eerder katholiek was.
| De
vier Izegemse leiders van de PA werden eind 1943 of begin 1944 door
de Duitsers terechtgesteld. Nadat een ledenlijst van het OF in Duitse
handen was gevallen, werden in januari 1944 38 van de 45 gekende leden
aangehouden; slechts twee van hen overleefden het. |
Op vrijdag
8 september 1944 werd Izegem bevrijd door Britse soldaten van het 53e
Reconnaissance Regiment B.L.A. Helaas viel er op 15 november 1944 een
uit koers geraakte vliegende bom op de wijk Bosmolens
die vijf mensenlevens kostte.
De
Tweede Wereldoorlog betekende voor (klein-)Izegem de dood van 12 soldaten,
19 burgers, 15 weggevoerde arbeiders en 46 politieke gevangenen. |
De volkswoede
tegen - al dan niet vermeende - collaborateurs verliep
in twee fasen : onmiddellijk bij de bevrijding (september 1944) en op
het einde van de oorlog (mei 1945), toen veel fel vermagerde krijgsgevangenen
terugkeerden.
Na de oorlog:
- 180 Izegemnaren
kregen gevangenisstraffen wegens collaboratie
- 72 anderen
werden minstens voor 20 jaar uit hun burgerrechten ontzet, zonder gevangenisstraf
- 76 mannen
en 15 vrouwen verloren hun stemrecht als gevolg van de epuratie.
Heel wat
van die straffen werden later verminderd; geen van de vier doodstraffen
werd uitgevoerd.
Door de repressie was er van Vlaamse beweging niet veel meer te merken
in Izegem. De enigen die op 11 juli 1945 nog de leeuwenvlag durfden uithangen
waren de paters kapucijnen. Vanaf 1948 werd 11 juli ook door de katholieke
partij meegevierd. De eerste Izegemnaar die in 1949 (bij nationale verkiezingen)
op de lijst van de Vlaamse Concentratie, de voorloper van de Volksunie,
stond, was Gaspard Martin. Bij de gemeenteraadsverkieizngen van 1952 en
1958 kandideerde hij op de lijst Gemeentebelangen. |