Politiek - De politieke groeperingen

Cartoon politiekNa de Eerste Wereldoorlog werden de socialistische en de christelijke arbeidersbeweging uitgebouwd via de politiek, syndicaten, coöperatieven, mutualiteiten en socio-culturele organisaties. Niet alleen de mannen, maar ook de jeugd en de vrouwen werden in de (partij)werking betrokken. Ook de andere twee katholieke standen - de boeren en de arbeiders - en andere politieke groeperingen organiseerden zich. Als algemene regel mag men stellen dat politieke jeugdgroeperingen zelden een succes bleken.

I.f.v. de gemeenteraadsverkiezing van 1921 werd de Katholieke Kiesbond heropgericht in 1920. De katholieke eenheid was nodig om het socialisme van zich af te kunnen houden. De katholieke partij behield heel het interbellum de meerderheid. De invoering van het Algemeen Stemrecht betekende dat de eerste socialistische vertegenwoordigers in de gemeenteraad kwamen en dat binnen de katholieke partij meer rekening moest worden gehouden met de arbeiders.

Inleiding
De Prehistorie
De feodaliteit
De Franse en Hollandse Periode
Economisch, sociaal en demografisch
Godsdienstig
Politiek
19de en begin 20ste eeuw
De eerste wereldoorlog
De politieke groeperingen
De tweede wereldoorlog
Schepencolleges
De burgemeesters sinds 1830

Concept, design & development: © 2002, TaleS

 

De christelijke zuil

De Boerengilde van Izegem, onder de bescherming van Sint-Elooi, werd opgericht in 1891. De KVLV (Katholiek Vormingswerk voor Landelijke Vrouwen) werd in 1911 gesticht, toen nog als Boerinnengilde, met Sinte Godelieve als patrones. De Boerinnenjeugdbond (VBJB) kwam in 1926 tot stand, de Boerenjeugdbond (BJB) in 1927; in ??? werden ze gemengd, als KLJ (Katholieke Landelijke Jeugd). Een parel aan de kroon van de KLJ zijn de Sint-Tillo-ruiters, een rijvereniging die in 1948 ontstond. In 1973 werd de vzw Onderlinge Bedrijfshulp opgericht. De Boerengilde (Landelijke Gilde) van Emelgem werd gesticht in 1919, die van Kachtem een jaar later. Ook in Kachtem is er een afdeling van de KVLV

Binnenkoer van "Ons Eigen Brood"Het ACW, als overkoepeling van al wat met de christelijke arbeidersbeweging te maken heeft, en het ACV, als overkoepelende christelijke vakbond, bestaan in Izegem sedert 1906 (de namen ACW en ACV zelf zijn van latere datum).
De KAV kwam in 1921 tot stand en de mannelijke tegenhanger, de KWB (Katholieke Werkliedenbond, later Kristelijke Werknemersbeweging) in 1941.
Voor de jeugd is er de KAJ (Kristelijke Arbeidende Jeugd) en de VKAJ; in Izegem werd daarmee respectievelijk in 1925 en 1930 van wal gestoken. Sedert 1951 is er ook de KBG (Kristelijke Beweging voor van Gepensioneerden), met ook een afdeling op de Bosmolens.
  • De mutualiteit van de christelijke arbeidersbeweging is Voorzienigheid, die sedert 1920 bestaat.
  • Met Ziekenzorg werd in 1971 begonnen.
  • De katholieke arbeiders konden vanaf eind 1912 brood en vanaf de Eerste Wereldoorlog o.a. ook steenkool kopen bij Ons Eigen Brood.
  • Welvaartwinkels vond men in Izegem van 1929 tot 1973.
  • Sparen bij een Izegemse BACOP-bank (vroeger BAC) kan sedert 1919 en sedert 1963 zijn er plaatselijke agenten van De Volksverzekering (DVV). Er waren of zijn diverse culturele verenigingen.
  • Net vóór de Eerste Wereldoorlog en tijdens het interbellum bestond de Zanggilde van de Katholieke Werkliedenbond. De Toneel- en Zanggilde trad voor het eerst op begin 1920 en kreeg na enkele jaren de naam Kunst Vereedelt kreeg. Ook de KAJ (Eikels worden Boomen) en de VKAJ beschikten over een toneelgroep. De Koninklijke Harmonie Leo XIII ontstond in 1922; de Izegemnaar heeft het meestal over 'het Gildemuziek'.
    Fundamenten en Stromingen organiseert sedert 1978, 1979 vormingsavonden. In 1951 werd het KAV-koor -Zingende Harten of Zingende Moeders genoemd - gesticht, maar het ging ter ziele.
  • De wandelclub "Voetje voor Voetje" werd in 1969 opgericht in de schoot van de KWB. Er zijn ook talrijke vermaakafdelingen. O.a. ook De Witte Spreeuwen zijn in de schoot van het ACW ontstaan.

In Emelgem bestond er tot aan de fusie met Izegem een eigen ACW. De lokale ACW-onderafdelingen zijn wel blijven bestaan. De KWB ging van start eind 1944, begin 1945, maar al onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog had een Werkliedenbond bestaan, die een toneelvereniging, een spaarkas (1919), een propagandabond (1921) en de veloclub De Blauwvoet (1923) stichtte. Deze fietsclub bestond ook uit enkele klaroenblazers die al fietsend speelden. Binnen het ACW bestond er ook de vinkenmaatschappij Onder Ons (1933), de rokersclub Van Plicht voor Al (1934), de toneelgroep Vermaak na Arbeid (1934), een biljartclub (°1936), de kaarterclub De Gevierde Kaarters (1938). Het stichtingsjaar van de KAV is 1948. Met de eerste Welvaartwinkel in Emelgem werd in 1951 gestart. Zeker al in 1952 bestond het ACV. Sedert 1953 is er een BAC en bij een DVV-agent kon men op zijn minst al in 1958 terecht. In het begin van de jaren 1930 werden de KAJ en de VKAJ in Emelgem gesticht, maar ze bestaan eral lang niet meer. Vanaf 1934 beschikte het ACW ook in Emelgem over een eigen lokaal, Werkerslust, op de hoek van de Prinsessestraat en de Kerelsstraat; nadat het enkele jaren leegstond, werd het in 1995 verkocht. Club Drie en de KBG van Emelgem fusioneerden in 1970. In Emelgem is de KBG geen deelorganisatie van het ACW.

Prijswinnaars in de Geitenbond, 1902De KBG vergadert in 't Kartouchke, dat is het in 1969 geopende parochiecentrum, genoemd naar de figuur die pater Luc Versteylen gestalte gaf. Ook de mutualiteit De Rust, die in 1899 gesticht werd, is geen ACW-organisatie. Voor en na de Eerste Wereldoorlog bestond er een geitenbond.

In Kachtem dateren de meeste ACW-organisaties van omstreeks 1955 : het ACV en de KAV van 1954, het ACW en de KWB van 1955, de BAC (en onrechtstreeks de DVV) van 1956. Al tijdens het interbellum (1919, 1922 en 1932) was zonder veel succes met een Werkliedenbond van start gegaan. De KGB 't Brugske werd in 1981 opgericht. Vakantiegenoegens bestaat sedert 1990 en een KAJ of VKAJ is er nooit geweest. De mutualiteit De Vereenigde Werklieden, die al in 1907 bestond was geen echte ACW-organisatie. Ook in Kachtem bestaat er een afdeling van Ziekenzorg. Ooit bestond er de geitenbond De Goede Herder.

Omdat zowel de Boerenbond als de christelijke en socialistische arbeidersbewegingen een bedreiging vormden voor de macht van de burgerij, vonden ook de burgers en middenstanders dat ze zich moesten verenigen. Sommigen vonden dat dit moest gebeuren als onderdeel van de katholieke zuil. Zij stichtten eind 1907, begin 1908 de Katholieke Burgersbond, die de zedelijke en materiële belangen van zijn leden op het oog had.
De volgende afdelingen kwamen tot stand :
  • de Schuldeisersbond (°1909) om de leden te beschermen tegen slechte betalers;
  • een Pensioenkas (°1910);
  • de bakkersbond Helpt Elkander (°1912) om de coöperatieve Ons Eigen Brood in te dammen;
  • de Winkeliersbond (°1913) die door samenaankoop gunstiger voorwaarden wilde afdwingen;
  • Iseghem Herop (1919), die ervoor moest zorgen dat de leden zo vlug mogelijk voorschotten op hun oorlogsschade kregen;
  • de Studiebond, die veel ups en downs kende;
  • het Secretariaat van het Werk van de Leertijd (°1922) dat zowat de voorloper was van het huidige leercontract;
  • het Syndicaat voor de Aankoop van Klein Werkgetuig (°1922) dat kosteloos advies gaf bij de aankoop van sommige machines;
  • een rechtskundige dienst (°1922);
  • de mutualiteit Burgerbelang (°1923);
  • de Toneel- en Zangmaatschappij Steun door Kunst (°1923);
  • de toneelkring Zonder Schroom Vooruit (1923);
  • de symfonie Crescendo (°1927), e.a.

De VKBJ (Vrouwelijke Katholieke Burgersjeugd) werd in 1929 of 1930) gesticht en de KBJ in 1931; ze werden in 1935 omgedoopt tot de VKBMJ (Vrouwelijke Katholieke Burgers- en Middenstandsjeugd) en de KBMJ.
Zoals de meeste jeugdbewegingen speelde ook de middenstandsjeugd toneel. De jeugdbeweging voor de middenstand werd in 1963 gemengd onder de naam KJM (Katholieke Jongeren uit de Middengroepen), maar ze was toen in Izegem al op stervens na dood.

Of de Katholieke Burgersbond ook aan politiek moest doen, was een discussiepunt en in 1911 kwam het daarover binnen de Katholieke Burgersbond tot een breuk.
Zij die meenden dat de middenstanders zich politiek neutraal moesten opstellen stichtten in 1919/1920 de concurrerende Middenstandsbond. De twee grote voormannen waren Joseph Seynaeve, die na een conflict in 1922 ontslag nam, en Robert Gits, die in 1936 provinciaal senator voor Rex werd.
Ons Iseghem (1919-1920) steunde de Middenstandsbond, maar werd in 1920 vervangen door De Middenstand. De Middenstandsbond telde diverse onderafdelingen : de Herbergiersbond (°1920), een secretariaat (°1920), de Kredietkas (1920), een overlijdensfonds (°1922), de mutualiteit Hoop in de Toekomst (°1922), een bibliotheek (°1922), een Verzekeringsafdeling (°1922) en een koor dat in het begin van de jaren 1920 bestond. Sommige leiders van de Middenstandspartij stonden bij de Izegemse gemeenteraadsverkiezing van 1938 op de kartellijst VNV-Rex; er kwam toen geen Middenstandslijst meer op.

Het Izegemse NCMV bestaat onder die benaming sedert 1949, maar was eigenlijk al in 1945 tot stand gekomen toen de Katholieke Burgersbond en de neutrale Middenstandsbond fusioneerden tot Katholieke Burgers- en Middenstandsbond. Het NCMV kreeg in Izegem een eigen Middenstandssecretariaat - met een vrijgestelde bediende - in 1959. De CMBV (Christelijke Middenstands- en Burgersvrouwen) bestaat sedert 1952 (sedert juli 2001 is de benaming CMBV gewijzigd in "markant") en de CRM (Club der Rustenden uit de Middengroepen) bestaat sedert 1969. Een aantal beroepsverenigingen zijn aangesloten bij het NCMV, meestal op gewestelijk niveau. Beroepslessen konden jarenlang bij het Izegemse NCMV gevolgd worden. Het Izegemse NCMV ontwikkelde heel wat initiatieven. We vernoemen de Izegemse Handelsfoor (1960-1981), de Verkoopacties (1950-1985), de Winterfeeërie (1950/1-1988/9) en de Batjes (sedert 1969). De Etalagewedstrijden (1923) waren oorspronkelijk een initiatief van de concurrerende Middenstandsbond, maar de Katholieke Burgersbond verleende er al vanaf 1929 zijn medewerking aan. Het ziekenfonds van het NCMV is Verbroedering; een van zijn voorlopers was Burgersbelang.

Sterk verbonden met de christelijke middenstand in Izegem, maar geen onderdeel van het NCMV is het Sociaal Bureau van Izegem, zelf een onderdeel van de Groep ADMB en De Familie waarmee de Verrekenkas voor Izegem en Omliggende in 1971 fusioneerde.

Niet alle Izegemse middenstandsacties gaan uit van het NCMV. Aktie Goudregen organiseerde o.a. een eindejaarsactie van 1973 tot 1993. Een van de initiatieven van Aktie Goudregen was de stichting in 1989 van de Pekkersgilde die, meestal op een luchtige manier, de Izegemse cultuur, folklore en kunst wil promoten. Groep 11 zorgde in Emelgem tot 1979 voor een Verkoopactie en tot 1982 voor een Zomersalon; ze lag aan de basis van het Emelgemse Feest- en Cultuurcomité. Het Meifeestencomité (°1984) organiseerde van 1985 tot 1988 de Emelgemse Meifeesten. De vzw Izegemse Handelsbelangen organiseerde jaarlijks een handelsbeurs van 1977 tot 1991. Het Feestcomité Paterswijk is vooral gekend voor zijn Patersmarkt die sedert 1986 veel volk lokt, maar ontwikkelt ook andere initiatieven.

Emelgem kende zelfstandige jeugdafdelingen voor jongens en meisjes uit de middenstand van enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog tot halfweg de jaren 1960.

De socialistische zuil

In 1921 namen de socialisten voor het eerst deel aan de Izegemse gemeenteraadsverkiezing. De socialistische mutualiteit was Vrijheid en Broederschap (°1920).

De socialistische socio-culturele organisaties waren:
  • de Propagandaclub,
  • de veloclub De Roode Schichten (°1921),
  • de bibliotheek Kennis zal u Redden (°1921),
  • de turnclub De Rode Ster (°1921),
  • de muziekmaatschappij De Voorwacht (1922-1978); het trommelkorps bleef langer bestaan);
  • de toneelkring Door Kunst Hooger Op (°1922), die tot de Tweede Wereldoorlog optrad,
  • het gelegenheidskoor Kunst door Eigen Steun (°1926) dat tijdens het interbellum socialistische feesten opluisterde, e.a.

Binnen de socialistische zuil kwam in 1929 een Komiteit voor Arbeidersopvoeding tot stand, die voordrachtavonden, soms met film, organiseerde en in 1938 een afdeling van de Arbeiders Toeristenbond (ATB). De socialisten konden destijds voor hun brood terecht bij De Voorzorg, een Roeselaarse vereniging met eigendommen in de Kruisstraat en de Nederweg en winkels in de Nederweg en de Droge Jan.

 

Al in 1922 was er een Izegemse agent voor de socialistische verzekeringsmaatschappij Prévoyance Sociale (PS). In 1924 werd de SVV, Socialistische Vooruitziende Vrouwen opgericht. De Socialistische Ouderlingenbond, later Seniorenbond Germinal, dateert van 1949. In 1923 werd al een eerste keer een afdeling van de SJW (Socialistische Jonge Wacht) gesticht. In de jaren 1930 kwam de SAV (Socialistische Arbeidersjeugd voor Vlaanderen) tot stand; in 1937 ontstond ook een afdeling in Emelgem, maar die vergaderde meestal samen met de Izegemse. Na de oorlog vonden herstichtingen plaats. Bij de socialistische mutualiteit bestaat er ook een jeugdgroepering, de MJA (Mutualiteit der Jonge Arbeiders), die in Izegem zeker al in de jaren 1950 actief was. In 1984 werd Socialistisch Jeugd Verbond (SJV) gesticht als overkoepelend orgaan van alle socialistische jeugdorganisaties. Socialistisch geïnspireerd zijn de Culturele Socialistische Centrale (CSC, °1971) en de Culturele Centrale (CC, °1978); ze zijn als als socio-culturele organisatie respectievelijk aan de Socialistische partij en de socialistische vakbond (ABVV) verbonden. De socialistische spaarkas heet sedert 1968 CODEP; er zijn verscheidene agentschappen in Izegem.

In Emelgem werden in 1946 twee socialisten gekozen, in 1952 en 1958 telkens één. De huidige Groot-Izegemse burgemeester, Willy Verledens, is een Emelgemnaar.

In Kachtem kwamen de socialisten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 voor het eerst op, met... een tweemanslijst. In 1970 werd een socialist gemeenteraadslid; er kwamen toen nl. twee zetels bij en die gingen, zonder verkiezing, naar een ACW'er en een socialist.

De Vlaams-nationale zuil

Na de Eerste Wereldoorlog kwam in Izegem ook de Vlaamse beweging op het politieke terrein. De Izegemse soldaten waren aan het front met de Vlaamse beweging in contact gekomen. Zeker al in 1920 ontstond een afdeling van de VOS, de vereniging van Vlaamsche OudStrijders.
In het culturele leven van na de oorlog werd de Vlaamse beweging gedragen door priesters :

In de Gilde kwam in 1919 eerst de mannenafdeling van het Katholiek Vlaamsch Verbond tot stand, en kort daarna ook een vrouwenafdeling, waaruit eind 1919 de Katholieke Vlaamsche Meisjesstudiekring ontstond. In 1921 ontstond de Vlaamsche Bond Eigen Leven, een uitgesproken Vlaamsgezinde, maar aanvankelijk niet partijpolitiek gerichte vereniging. In 1922 ontstond een afdeling van de Vlaamsche Toeristenbond (VTB). In 1924 stichtte Spruytte in de Gilde een Studiebond voor jongelingen. Er werd toneel gespeeld door de VOS, met name door de Tooneel- en Zangafdeeling Hulp en Troost (1920-1927) en we noteren losse toneelvoorstellingen door de studentenbond Vlaamsch en Vroom en door de Vlaamsche Bond Eigen Leven (°1922) die ook over een koor beschikte. In het begin van de jaren 1920 bestond de VOS-fanfare en van 1927 tot aan de Tweede Wereldoorlog was de Vlaamsche Harmonie actief.

Ook in Emelgem ontstond na de Eerste Wereldoorlog een afdeling van de VOS en in 1934 de Vuurkruisers; de laatste leden overleden in de jaren 1980.

In de pers werd het Vlaams-nationalisme verdedigd in "het Verweerschrift der Rooms katholieke Vlaamsmche Nationalisten voor Iseghem en omliggende" dat vanaf september 1924 gewoonlijk maandelijks verscheen. Vanaf midden 1927 tot eind 1928 verscheen het weekblad De Mandelgalm als KVNV-weekblad voor Izegem en omliggende.

In 1925 kwam het in de Gilde tot een scheuring. Een maand voor de parlementaire verkiezingen stapte Leopold D'Hondt, de voorzitter van het Christen Werkersverbond, over naar de Vlaams-nationalisten. Het volgend probleem kwam er toen het Guldensporencomité, meestal bestaande uit Vlaams-nationalisten, in 1925 de 11 juliviering niet meer mocht organiseren in de Gildezaal. Op 25 juli 1925 verlieten zowat 500 leden de Gilde-organisatie, met de Gilde-propagandisten Jules Declercq en François Dewulf op kop. Proost Odiel Spruytte werd verantwoordelijk gesteld en werd door de bisschop overgeplaatst. Nog in 1925 werd door de Vlaams-nationalisten het Vrij Kristen Syndikaat gesticht onder de kenspreuk 't Verleden leert - het sloot aan bij het Vlaamsch Nationaal Vakverbond, met zijn hoofdzetel in Aalst -, de familieziekenbond Het Volksbelang en de pensioengilde St.-Lutgardis. In 1927 kwam ook een spaardersbond tot stand, een Vlaamsche Bond voor Katholieke Vrouwen en de Vlaamsche Harmonie.

 

De rijkswacht bereidt zich voor op duizenden pro-Borms betogersHet Vlaamsch Huis , eigendom van de Vlaams-nationalisten, werd officieel ingehuldigd in 1927; het was gelegen naast de huidige Miblo (in de Markstraat). Verscheidene culturele organisaties verhuisden van de Gilde naar daar. Dat was o.a. het geval met Eigen Leven. De eerste voorzitter en een aantal leden die het niet eens waren met deze radicalisering stapten op; een aantal van hen werd lid van het Emelgemse Davidsfonds, dat daar door de pastoor in 1931 werd opgericht en veel minder radicaal was. Uit Eigen Leven in Izegem groeide stilaan het Izegemse Davidsfonds. Het werd sterk bestreden door het katholieke milieu, dat in 1926 de Katholieke Vlaamsche Bond Hoger op stichtte en voorgezeten werd door de ACW'er Emiel Allewaert. Ook Vos stapte over naar het Vlaams Huis. In 1927 werd Vlaamsch en Vroom ontbonden en vervangen door een studentenbond die niet zo Vlaamsgezind was. Ondanks het verbod van de burgemeester vond begin maart 1929 een Bormsbetoging plaats in Izegem. Dat was de eerste West-Vlaamse stad die hij na zijn vrijlating bezocht.

De Frontpartij was in oktober 1921 ontstaan uit de Vossen, maar betekende niet veel. Uit de Frontpartij groeide het Vlaamsch Nationaal Verbond, dat in West-Vlaanderen het KVNV (Katholiek Vlaamsch Nationaal Verbond) was en in Izegem o.l.v. apotheker Paul Depoorter stond. In de jaren 1930 viel de politieke Vlaamse beweging uiteen in het(K)VNV en het Verdinaso. Het (K)VNV bestond uit federalisten, separatisten, Groot-Nederlanders enz. en stond in Izegem erg zwak. Daarentegen had Izegem de sterkste Verdinaso-afdeling van West-Vlaanderen. Het Verdinaso wilde een solidaristische orde invoeren en nam niet deel aan de verkiezingen; de Izegemnaar Jules Declercq was de rechterhand van Joris Van Severen. Marcel Buyse was vendelleider van de Izegemse DMO (Dinaso Militanten Orde).

 

De Vlaams-nationalistische zuil is in Izegem minder goed uitgebouwd. De plaatselijke VU-afdeling werd gesticht in 1958. De Federatie Vlaamse Vrouwen (FVV) bestaat als nationale organisatie sedert 1975, in Izegem sedert ???. Het Ziekenfonds Westflandria werd - weliswaar voor Roeselare en Izegem samen - in 1973 in het leven geroepen. Voor de derde leeftijd is er de Vlaamse Vereniging van Gepensioneerden.

De Wandelclub Vlaams Huis ontstond in 1970 : de voettocht van het Vlaams Huis naar de IJzertoren van Diksmuide was voor sommigen een te zware dobber geweest en de wandelclub moest in het vervolg zorgen voor de nodige training. Later werd hij een gezinswandelclub.

In 1979 werd VSVK (Vlaamse Studie- en Vormingskring) opgericht. Dat gebeurde in de schoot van de Volksunie, maar de vereniging telt ook heel wat leden die andere zuilen genegen zijn. Sedert ??? bestaat de VNJ (Vlaams Nationale Jeugd).

De liberale zuil

Met de anticlericale partij van de 19de eeuw heeft de huidige liberale partij niets te maken. De huidige liberale partij deed voor het eerst mee aan de Izegemse gemeenteraadsverkiezingen van 1964 onder de naam Vernieuwing. In 1970 dienden de liberalen geen eigen lijst in; ze stonden op die van de Groep van de Burgemeester, aangevoerd door burgemeester André Bourgeois. In 1976 werd voor het eerst meegedaan onder de naam PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang), de toenmalige nationale naam voor de liberale partij. In 1977 werd de Socio-culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen Aktiva-Izegem gesticht.