Politiek - 19e en begin 20e eeuw

Cartoon politiekEen eerste kenmerk van de politiek in de 19de eeuw was het burgerlijk karakter, want door het cijnskiesrecht mochten alleen de rijke mannen stemmen. In Izegem zelf waren er tot 1871 - op één keer na - nooit meer dan 300 kiezers, tot 1895 ten hoogste 750. Nadien kwam er meervoudig algemeen stemrecht voor de mannen, wat inhield dat voor de gemeenteraadsverkiezingen de rijken tot drie bijkomende stemmen konden krijgen. Op twee andere kenmerken gaan we dieper in: het clerico-liberaal conflict en de dominantie van de katholieke partij.

Tot 1836 werd de burgemeester rechtstreeks verkozen door de burgers, want voor elk van de twaalf mandaten werd er een afzonderlijke stemming gehouden.

Inleiding
De Prehistorie
De feodaliteit
De Franse en Hollandse Periode
Economisch, sociaal en demografisch
Godsdienstig
Politiek
19de en begin 20ste eeuw
De eerste wereldoorlog
De politieke groeperingen
De tweede wereldoorlog
Schepencolleges
De burgemeesters sinds 1830
Fideel VionDe jaren 1866-1875 werden gekleurd door de journalist Fideel Vion. Deze Diksmuidenaar vestigde zich in Izegem in 1866 als drukker en uitgever van een Izegems dagblad. Oud-pastoor Johannes De Bruyne, die veel heeft gedaan voor de armen, wilde in Izegem van geen kranten weten en Vion werd persona non grata.

Dat verergerde nog toen hij eens de gebrekkige straatverlichtig aanklaagde. Vion wilde zich onafhankelijk opstellen, maar doordat hij botste met de clerus en het katholieke gemeentebestuur, kwam hij in het liberale kamp terecht.

Uiteindelijk werd het hem financieel zo moeilijk gemaakt, dat hij Izegem verwisselde voor Roeselare. Daar werd hij na korte tijd een van de steunpilaren van de deken en uitgever van hyperkatholieke kranten.

In 1863 ontstond het Katholiek Kiesgenootschap. Midden 1878 werd de Katholieke Kring opgericht. De grote man achter de schermen was brouwer Pierre Carpentier. De Katholieke Kring was gericht tegen burgemeester De Meulenaere, die we als een soort onafhankelijke katholiek kunnen beschouwen, hooguit als een zeer gematigde liberaal. Medio 1879 werd het Katholiek Kiesgenootschap heropgericht, dit keer in de schoot van de Katholieke Kring; ook de pastoor zat in het bestuur. Na deze reorganisatie maakte De Meulenaere er geen deel meer van uit en na 1884 wilden sommigen, waaronder de pastoor, hem zelfs uit de gemeenteraad. Tijdens de voorbije schoolstrijd van 1879 tot 1884 had de burgemeester bij de stemming van liberale schoolplannen herhaaldelijk niet tegengestemd, maar zich slechts onthouden. Bij de gemeenteraadsverkiezing van 1884 kwam het zelfs tot een soort van revolutie in het Katholiek Kiesgenootschap. Heel wat leden die het opnamen voor de burgemeester namen ontslag en de zes kandidaat-gemeenteraadsleden die het Katholiek Kiesgenootschap voorstelde, trokken hun kandidatuur in. Pastoor Lonneville zocht nu vier kandidaten op eigen houtje en buiten het Katholiek Kiesgenootschap om. De burgemeester en een schepen - die werden herkozen - stonden op een afzonderlijke katholieke lijst. De spanning bleef tot en met de gemeenteraadsverkiezing van 1891 duren. Ook die keer werden de kandidaten door de clerus voorgedragen, buiten het katholieke verkiezingscomité om.

Vanaf 1878 kan er in Izegem sprake zijn van een antiklerikaal liberalisme, met namen als borstelfabrikant Emile Gheysens, schoenfabrikant Polydore Decoene en textielfabrikant Jules Van Witberghe.

In 1882 vierde een groep Izegemse liberalen de liberale winst in de nationale verkiezingen met een nachtelijke slemppartij in café 't Wit Peerd, waar de Heilige Antonius en de Heilige Maagd Maria werden bespot.

De jaren 1880 kenmerkten zich ook door liberale karnavalvieringen, bij zover dat het stadsbestuur een reglement opstelde en in 1887 de gemeenteraad het gemaskerd of verkleed rondlopen in het openbaar tijdens het karnaval verbood.

  • Op 13 november 1888 werd de eerste echtscheiding uitgesproken: die van cichoreifabrikant Jules Declercq en Emma Devos.
  • Het eerste huwelijk zonder mis werd gesloten op 14 september 1889: dat van Hélène Van Witberghe, dochter van Jules, met Georges Poulet.
  • De eerste burgerlijke begrafenis in Izegem was die van lijnwaadfabrikant Louis Cappelle, die in 1892 zelfmoord pleegde.
  • Het eerste burgerlijk huwelijk zonder kerkelijk huwelijk was dan van Rachel Decoene, dochter van Polydore, en Jacob Lévy, op 26 februari 1908.

Wijnhandelaar Camille Ameye, de bouwheer van de privé-woning die nu het stadhuis is, poogde van 1885 tot 1895 tevergeefs, als onafhankelijk kandidaat, aan een politiek mandaat in de provincie- of gemeenteraad te geraken. Alles begon toen hij vond dat het stadsbestuur te veel toegaf aan baron Alexandre Gillès de Pélichy i.v.m. de demping van een kasteeldreef. De tegenstanders schreven dat hij een liberaal was, wat hij bleef ontkennen.

In 1890 trad een uitgesproken liberaal en antiklerikaal kopstuk in het Izegemse politieke strijdperk. Het was huidevetter Jules Declercq, de secretaris van de Liberale Associatie. In 1895 kwam de zogenaamde 'lijst van de drie Jules' op, met Jules Declercq, Jules Van Witberghe en Jules Demeester. Deze drie liberalen vielen de geestelijkheid aan omdat die zich met burgerlijke zaken bemoeide, noemden de gemeenteraadsleden marionetten van de clerus en klaagden de verwaarlozing van de gemeenteschool aan. Op 23 april 1899 voerden priester Adolf Daens en zijn broer Pieter het woord op een Izegemse verkiezingsmeeting, wat niet naar de zin was van de katholieke partij.

Geen enkele liberaal geraakte in de 19de eeuw verkozen en na 1903 kwamen ze zelfs niet meer op. Het was een katholieke tegenlijst die met handelaar Constant Gits bij een tussentijdse verkiezing in 1903 het monopolie van de katholieke partij doorbrak. De scheuring binnen de katholieke partij had te maken met de stichting van een afdeling voor Samenaankoop binnen de Boerengilde, de Izegemse afdeling van de Boerenbond die in 1891 werd opgericht. In 1907 geraakten twee kandidaten van deze katholieke tegenlijst gekozen. Dat jaar pas stond met Petrus Dejonghe voor het eerst een arbeider op de katholieke lijst, maar het duurde tot 1913 voor hij in de gemeenteraad geraakte. In 1911 werden vijf katholieke oppositieleden gekozen. Het Izegemse weekblad Boos Iseghem (1912-1914) steunde de oppositie.

Eind 1908 werd een Katholieke Kiezersbond opgericht, met drie secties : Arbeiders, Burgers en Middenstanders, en Boeren. De kersverse burgemeester Carpentier was tot 1914 de voorzitter. Hij had het in de gemeenteraad moeilijk om zijn groep bijeen te houden. Dat kwam door de actie van de oppositie, die na de verkiezingen van 1911 tot vijf leden was uitgebreid, en de verdeeldheid bij de burgerij en de middenstand. Toen Carpentier niet meer kon rekenen op de steun van zijn volledige fractie, nam hij eind 1912 ontslag. In 1914 had een bijzondere gemeenteraadsverkiezing plaats, omdat twee raadsleden ontslag hadden genomen. De katholieke oppositie had op deze verkiezing aangedrongen, omdat ze bij winst aan de meerderheid zou geraken. Ze verloor echter en Carpentier kwam terug als burgemeester.

Op het einde van de 19de eeuw poogden de socialisten tevergeefs zich in Izegem te groeperen, maar in 1906 werden zowel door de socialistische als door de katholieke arbeidersbeweging syndicaten opgericht.

Het eerste socialistische syndicaat was voor de borstel- en borstelhoutmakers en werd op 14 mei 1906 in café Barnum in de Molenweg gesticht. De grote socialistische voorman was Henri Dewaele (1880-1942), die van 1925 tot 1939 senator was.

Emiel AllewaertHet eerste katholieke syndicaat was voor de schoenmakers : Recht en Plicht, dat op 24 juni 1906 tot stand kwam. De twee katholieke voormannen waren Henri D'Artois (1875-1948) en Emiel Allewaert (1879-1966), maar o.a. ook baron Charles Gillès de Pélichy heeft een niet te veronachtzamen rol gespeeld.
Allewaert werd in 1910 de eerste vrijgestelde propagandist van de christelijke arbeidersbeweging in West-Vlaanderen en bracht het tot burgemeester van Izegem (1946-1958) en parlementariër (1921-1954).
D'Artois was 'bestuurder' van de christelijke arbeiderscoöperatieve Ons Eigen Brood (°1912) en was Bestendig Gedeputeerde van Henri D'Artois1923 tot 1948. Om deze coöperatieve te bestrijden organiseerden de Izegemse bakkers zich in november 1913 o.l.v. Camiel Dejonghe in de bakkersbond Helpt Elkander.

 

Concept, design & development: © 2002, TaleS