| Godsdienstig
- Devotie en folklore Van
de Sint-Tilloverering is niets overgebleven. Sint-Tillo werd speciaal
vereerd tegen de kinkhoest en de hoge koorts. Op zijn feestdag, die op
7 januari valt, werd tot in het begin van de 20ste eeuw olie gewijd. Sint-Tillo
is nl. een van de weinige olieheiligen, want kort na zijn dood zou uit
een glazen lamp nabij zijn graf olie hebben gelopen. De zieken die zich
ermee zalfden genazen.
In
veel gemeenten, ook in Groot-Izegem of zijn deelgemeenten, bestonden allerlei
godsdienstige genootschappen, zoals de Confrerie van het Heilig Sacrament,
het Sint-Pieters genootschap, het Genootschap van het H. Hart van Jezus,
Broederschap van de H. Familie, het Aartsbroederschap der Gedurende Aanbidding,
de Confrerie der Gelovige Zielen, de Confrerie van Sint-Jan,... Ze zwakten
na de Eerste Wereldoorlog af en werden vanaf de jaren 1960 een randverschijnsel.
|











 |
Van de
Mariadevotie kan niet hetzelfde gezegd worden. Een hele tijd nadat in Izegem eind 1830 de
Congregatie van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen, voor Jonge Dochters tot stand kwam,
startte de mannelijke tegenhanger in 1847.
De Jongelingencongregatie is in Izegem bekend gebleven, omdat er in 1851
een muziekvereniging uit ontstond, die uitgroeide tot een nog steeds bloeiende harmonie.
In Emelgem ontstond in 1851 een Congregatie voor Jonge Dochters en in
1870 de Jongelingencongregatie. Ook in Kachtem bestond er een Congregatie voor Jonge
Dochters. Al deze congregaties waren toegewijd aan Maria Onbevlekt Ontvangen en wilden
godsdienstige verdieping en dito ontspanning bezorgen aan de leden.De Izegemse Bond der Lourdenaars
(°1923 in de Congregatie) was na de Tweede Wereldoorlog wel niet meer actief, maar de
gelijkaardige Vrienden van Lourdes (°1934) zijn nog steeds levendig; zij
willen de devotie tot O.L.Vrouw bevorderen en de financiële mogelijkheden creëren opdat
iedereen Lourdes zou kunnen bezoeken.
EMELGEM-OMMEGANG
Op 15 augustus, het feest van Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart, wordt in Emelgem nog
steeds de ommegang gehouden. Dat betekent het begin van de jaarlijkse novene, die vroeger
o.a. met drie processies gepaard ging. Men komt dan in Emelgem Onze-Lieve-Vrouw smeken 'om
ruste van 't herte van geest en lichaam, ruste voor schreiende en stuipzieke kinderen,
ruste binst het leven en in het uur der dood', zoals eertijds op een aanplakbrief in
het kerkportaal te lezen viel. Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste wordt in Emelgem aangeroepen
tegen alle ziekten van jong en oud, maar in het bijzonder tegen het 'overschreien' (=
buitenmatig wenen) van kinderen. Vroeger sprak men van Peerommegang, omdat de boeren dan
aan de bedevaarders niet alleen biggetjes te koop aanboden, maar ook de eerste zomerperen.
Die stalden ze uit in 'vannen' (brede, platte wissen manden), geplaatst op hun omgekeerde
kruiwagen.
| De
Mariaverering in Emelgem dateert zeker al van in
de 14de eeuw. Emelgem-ommegang wordt genoemd als
een van de oudste bedevaarten van Vlaanderen. Over de oorsprong van
de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste tast men volledig in het
duister. Al in de 17de eeuw noemde de bisschop van Gent deze devotie
van aloude tijden. Ze dateert zeker al van 1355, want we weten dat
toen aan het altaar van Onze-Lieve-Vrouw een kapelanie was verbonden.
De Confrerie van Onze-Lieve-Vrouw bestond al in 1455.
Op 23 september 1685 richtte de pastoor de
Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans op, waarvan het eerste ledenboek
bewaard is.
Het oudst bekende bedevaartvaantje dateert van het begin van de 17de eeuw en werd gemaakt
door de Ieperling Guillaume du Thielt; er bestaat ook een 20e-eeuws.
Zeker nog in de 17de eeuw bezat de kerk nog geen enkele relikwie
van Onze-Lieve-Vrouw. De bronnen vermelden in 1734 dat de bisschop
van Gent kort voordien een relikwie met een stukje van het velum
(hoofddoek) van Onze-Lieve-Vrouw had goedgekeurd. Het werd omstreeks
1760 in een zilveren osculatorium of relikwiehouder verwerkt. Bovenaan
dit meesterwerkje van de Kortrijkse edelsmid Pieter Ignatius Nolf
vinden we een voorstelling van de Tenhemelopneming van Maria. |
KACHTEM-OMMEGANG
Kachtem-Ommegang begint op
24 juni, het feest van Sint-Jan de Doper, de patroonheilige, en duurt 9 dagen. Het
hoogtepunt is de eerste zondag na 24 juni (of die dag zelf als het een zondag is).
| De
verering van Sint-Jan de Doper in Kachtem is al heel
oud. Kachtem is zeker al sedert de 17e eeuw belangrijk voor zijn Sint-Jansbedevaart.
De plaatsen waar Sint-Jan wordt vereerd, liggen vaak aan het water
(Sint-Jan doopte Jezus in de Jordaan); voor Kachtem is dat de Mandel.
Deze verering voor Sint-Jan mondde in 1656 uit in de oprichting
van het nog steeds bestaande Broederschap van Sint-Jan de
Doper. Paus Alexander VI kende in 1658 in een speciale
bulle aflaten aan Kachtem toe en in 1748 schonk Rome relikwieën
van Sint-Jan.
Sint-Jan de Doper wordt gediend
tegen:
- hals- en keelpijn (hij werd met
het zwaard onthoofd!),
- het verlies van de stem (hij
predikte in de woestijn en zijn vader Zacharias verloor zijn stem toen hij niet geloofde
dat zijn oude echtgenote Elisabeth een zoon zou baren!),
- vallende ziekte,
- de kinderstuipen, enz. In Kachtem
wordt hij ook gediend tegen de plagen onder het pluimvee.
Tot kort na de Tweede
Wereldoorlog werden bij Kachtem-Ommegang hoenders geofferd en dat zeker al sedert 1541.
Eigenlijk werden ze alleen maar door de boeren ter zegening aangeboden, want ze werden
door de eigenaar vrijgekocht. Dergelijke hoenders werden pelgrims geheten en mochten niet
afgeslacht worden, want omdat ze Sint-Jan waren toegewijd, beschermden ze de andere dieren
van het neerhof. |
| Veel
ommegangen betekenden niet alleen volksdevotie, maar ook volksvermaak.
Dat besefte lang geleden ook een van de pastoors van het naburige
Emelgem, die misschien afgunstig of een moraalridder was. Preekte
hij niet: 'Beminde parochianen, 't koren is lank, 't vlees is
krank, zwicht u van Kachtem-Ommegank'? |
In de H.-Hartkerk,
in de volksmond nog ''t klein kerkske' geheten, bestaat een zekere
devotie tot Onze-Lieve-Vrouw van Smarten; veel mensen
komen er bidden voor of na een kliniekbezoek in de onmiddellijke omgeving.
Ook de devotie tot de H. Rita, de patrones der moeilijke en hopeloze zaken,
is er sterk uitgebouwd. Daartoe komen de gelovigen samen de negen donderdagen
die aan het feest van de H. Rita op 22 mei voorafgaan.
Op voormalig
Izegems grondgebied (van vóór 1964) gaan al vele jaren geen processies
meer uit. Vroeger bestond op de Sint-Tilloparochie de Kleine Processie
(de eerste zondag na Sacramentsdag), de Grote Processie (Maria Hemelvaart,
15 augustus) en de Rozenkransprocessie (eerste zondag van oktober). Op
de H.-Hartparochie ging vanaf 1910 de H.-Hartprocessie uit.
|