De Franse en Hollandse periode

Cartoon Franse en Hollandse periodeDe Franse Revolutie had de afschaffing van de feodaliteit als gevolg. In plaats van de adel en de geestelijkheid kreeg de burgerij de macht. In de loop van 1792 viel Groot-Izegem in Franse handen. In de lente van 1793 konden de Oostenrijkers de Fransen terugdringen, maar in het najaar zetten de Fransen een nieuw offensief in. De Hannoverse generaal von Hammerstein overwinterde met zijn manschappen in Izegem.

generaal von WenckheimDe Oostenrijkse generaal van Wenckheim sneuvelde toen zijn troepen in mei 1794 Kortrijk wilden bevrijden; hij werd begraven op het kerkhof van Izegem, toen nog rond de Sint-Tillokerk gelegen. De Latijnse tekst in de buitenmuur van de kerk herinnert daar nog aan. Het weg- en weertrekken van de troepen had veel oorlogsschade als gevolg.

 

 

Op 6 februari 1794 werd de laatste feodale prinses van Izegem in Parijs onthoofd. Haar familiegoederen in Izegem en omliggende werden in 1828 en 1829 door een kleinzoon openbaar verkocht. Het ging o.a. om het Baertshof en Mezegem.
Inleiding
De Prehistorie
De feodaliteit
De Franse en Hollandse Periode
Economisch, sociaal en demografisch
Godsdienstig
Politiek
Op 1 oktober 1795 werden de Zuidelijke Nederlanden ingelijfd bij Frankrijk. De Franse regering beschouwde de Zuidelijke Nederlanden als wingewest. De pastoor van Izegem bv. moest in de 'contribution militaire' een som betalen gelijk aan drie jaar inkomen. De Grauwe Zusters van Izegem zagen zich genoodzaakt om hun zilverwerk om te smelten. Ook de landbouwopbrengsten moesten voor de helft worden afgestaan er er moesten schoenen worden geleverd. Er kwam maar geen einde aan de vele belastingen, o.a. op deuren en vensters; daarom werden er veel dichtgemetseld.

Op 4 september 1798 werd de wet op de conscriptie ook in België van kracht, waardoor de verplichte legerdienst werd ingevoerd. Het gevolg was de Boerenkrijg, de opstand van de plattelandsbevolking.

De conscrits werden de Brigands genoemd. Vanuit het nabijgelegen Rumbeke kwamen 700 à 800 man op 25 oktober 1798 Izegem bezetten. Ze hakten op de Grote Markt de Franse vrijheidsboom om en verbrandden de bevolkingsregisters en concriptielijsten die in het gemeentehuis bewaard werden; het gemeentehuis van toen is het huidige (herbouwde) café 't Oud Stadhuis. Ze verlieten nog dezelfde dag Izegem, maar ook de volgende dagen bleef het onrustig.

Op zondag 28 oktober 1798, 'Brigandszondag' genoemd, werd in het aangrenzende Ingelmunster gevochten tegen een compagnie Franse infanteristen die van Brugge naar Kortrijk trokken. Er vielen tientallen doden, waarvan er 27 in Izegem, 6 in Kachtem en 4 in Emelgem werden begraven. De herdenkingssteen, aangebracht tijdens het eeuwfeest, is nog steeds te zien in het portaal van de Sint-Tillokerk.

Ingelmunster is nu de Brigandsgemeente, waar lekker Brigandsbier wordt gebrouwd.

Onder Napoleon, die op 9 november 1799 aan de macht kwam, keerde de rust terug. De hoofdplaats van het kanton werd Ingelmunster i.p.v. Izegem; dat zou tot 1866 zo blijven.

Na de val van Napoleon werden de Zuidelijke Nederlanden bestuurd door Willem I van Oranje. Hoe de Izegemse bevolking op de wisseling van regime reageerde is niet goed na te gaan. Willem I gaf in 1817 Izegem de titel van stad. Het stadswapen werd op 20 oktober 1819 goedgekeurd : 'een schild van zilver, beladen met een kruis en gecantonneerd van drie jonge eendjes zonder bek en poten, alle in zwart - het schild gedekt met een gouden kroon'.

Toen in Brussel vanaf augustus 1830 de opstand tegen Willem I uitbrak, werd het ook in Izegem woelig. Enkele aanstokers dreigden de bezittingen van de burgerij te plunderen. Enkele burgers - waarvan er later drie burgemeester en één schepen werden - reageerden: ze riepen een deel van de schutterij onder de wapens en richtten een burgerwacht op, waaruit het korps vrijwillige pompiers zou ontstaan.

Toen het Hollandse garnizoen in de nacht van 26 op 27 september 1830 de aftocht uit Brussel blies, stak een Izegemnaar de Belgische driekleur op het torentje van het stadhuis. Op de Grote Markt werd de leeuw neergehaald die de trapgevel bekroonde van het huis van de vrederechter, die orangist was (= aanhanger van Willem I). Ook op enkele andere plaatsen werden leeuwen weggenomen. De Hollandse kaasbollen uit de kaaswinkels werden op straat gegooid. Het stadsbestuur en de ambtenaren werden van hun rechten vervallen verklaard. Op 4 oktober 1830 werden er verkiezingen gehouden.

Concept, design & development: © 2002, TaleS