De feodaliteit

Cartoon feodaal tijdperkDe oudst teruggevonden vermelding van Izegem (Isinchehem) dateert van 1066. Toen schonk de Vlaamse graaf Boudewijn V aan het Sint-Pieterskapittel van Rijsel zes hoeven met grond.

Feodaal behoorde Izegem grotendeels tot de roede van Menen, gelegen in de kasselrij Kortrijk, en voor circa 1/5 tot Oost-Ieper Ambacht, in de zaal (=kasselrij) Ieper. Een roede was een administratief onderdeel van een kasselrij. Kasselrijen waren plattelandsdistricten in het graafschap Vlaanderen, aanvankelijk met louter fiscaal-administratieve, later ook met rechterlijke bevoegdheden. Emelgem behoorde tot de roede van Menen, maar het zuidwesten ressorteerde onder de zaal van Ieper. Kachtem maakte deel uit van Oost-Ieper Ambacht en deels van de roede van Menen.

In de feodale periode was het grondgebied van een (huidige) gemeente opgedeeld in verschillende lenen en heerlijkheden. Een leen werd door een leenheer aan een leenman geschonken als vergoeding voor zijn trouw en het geven van raad en daad.

Inleiding
De Prehistorie
De feodaliteit
De Franse en Hollandse Periode
Economisch, sociaal en demografisch
Godsdienstig
Politiek

 

 

Een leen moest niet noodzakelijk een stuk grond zijn, het kon bv. een ambt zijn. Een voorbeeld van een leen was Ter Buers, in de omgeving van het huidige Ter Beursplein (op de Bosmolens).Het was geen heerlijkheid want het had geen overheidsrechten gekregen.
Een heerlijkheid was namelijk een stuk grond waarover een heer van rechtswege in eigen naam overheidsrechten uitoefende. Het was m.a.w. een soort miniatuurvorstendom. De overheidsrechten hadden betrekking op het bestuur en de rechtspraak. De dorpsheerlijkheid - ook parochie genoemd - was die waarop de kerk stond. De parochie Izegem is dus helemaal niet hetzelfde als de gemeente Izegem.

Van het leenhof van Kortrijk hingen op (toenmalig) Izegems grondgebied twee belangrijke lenen af: het hof van Izegem die de dorpsheerlijkheid bevatte en de belangrijkste was, en Wallemote. Met de heren van Izegem bedoelt men altijd de heren van het hof van Izegem. Het ging achtereenvolgens om de geslachten van Izegem (zeker al 1066-1257), Maldegem (1257-1297), Heule (1297-1414), Stavele (1414-1555), Vilain van Gent (1555-1794) en - na de feodale periode - Brancas (1794-1812) en Arenberg (1812-1828).

Tekening van het wapen van de heren, graven en prinsen van Izegem
Het wapen van de heren, graven en prinsen van Izegem

Een leenman kon terzelfdertijd ook leenheer zijn en dat was het geval met de heer van Izegem. Volgens een document van 1502 was de heer (van het Hof) van Izegem - zelf een leenman van de graaf van Vlaanderen - leenheer van 61 achterleenmannen, waarvan er 15 in Izegem gelegen waren. Zijn hof van Izegem strekte zich toen uit over 13 parochies. De omwalde hofstede die het centrum was van het hof van Izegem - op de kaart van Sanderus 't Oud Casteel - lag waar zich nu ongeveer het goederenstation van de NMBS bevindt. Het hof van Izegem bezat de hogere justitie, d.w.z. dat de schepenbank mocht oordelen over misdaden waarop zelfs de doodstraf stond. Een van de achterlenen van het hof van Izegem op Izegems grondgebied was de heerlijheid Ter Elst, waarvan de Rode Poort het centrum was. Dat was een omwalde hoeve, die nu helemaal is verdwenen, maar als toponiem bewaard bleef; in 1994 werden daar serviceflats gebouwd. Ooit was de Rode Poort betoverd. De heer van Ter Elst had recht op een eigen molen, de (latere) Hondekensmolen of Joye's molen.

  • De heerlijkheid Wallemote bezat in 1582 de middele rechtspraak. Zijn centrale hoeve lag in de Wallemotestraat.
  • Het grootste stuk van Emelgem en het noord-westen van Izegem behoorden tot de heerlijkheid De Hazelt, die werd gehouden van de zaal van Ieper. Ook o.a. Mosscher Ambacht - met hogere justitie - ressorteerde onder deze zaal. Eeuwenlang waren de heren van Izegem ook de heren van Emelgem.
  • Voor Kachtem vallen, behalve de dorpsheerlijkheid, als belangrijkste heerlijkheden de heerlijkheid van Rhodes en de heerlijkheid van Mezegem, beiden gelegen in Oost-Ieper Ambacht, te vermelden. (Het bestuur van Rhodes was vaak niet van dat van de dorpsheerlijkheid te onderscheiden). De heerlijkheid Mezegem, gelegen ten noordwesten van de kerk, was eeuwenlang eigendom van de heer van Izegem en werd in 1828 verkocht, er stond een banmolen op: de Mezegemmolen die zeker al halfweg de 19e eeuw was verdwenen. De heerlijkheid Rhodes bezat middele justitie en telde 18 achterlenen.

Naast overheidsrechten waren er ook heerlijke rechten. Zo had de heer (of vrouw) van Izegem het visserijrecht over de Mandel vanaf de heerlijkheid Ingelmunster tot aan het burggraafschap Roeselare en over alle andere waterlopen in zijn heerlijkheid. Hij bezat o.a. ook het molenrecht over de Plaatsemolen in Izegem (hoek Nederweg en Molenstraat) en de Prinsessemolen in Emelgem; ook een van de molens op de Bosmolens was zijn eigendom. Cijnzen waren renten in geld of in natura die ieder jaar door de bewerker van de grond aan de heer moest worden betaald.

In 1582 verhief de Spaanse koning Filips II Izegem tot graafschap. Van 1668 tot 1678 behoorde Izegem zelfs aan de Franse kroon. In 1678 verhief Lodewijk XIV het graafschap Izegem tot prinsdom Izegem. Nog hetzelfde jaar werd Izegem weer Spaans bezit. In 1741 kreeg Filip Norbert van der Meere, heer van Kachtem, de titel van graaf.

Concept, design & development: © 2002, TaleS