Economisch, sociaal en demografisch - van de 15e tot de 19e eeuw

Cartoon Economisch, sociaal en demografisch overzichtIn 1445 waren er in Izegem 180 haarden, of zowat 1000 inwoners. De meeste mensen leefden van de landbouw; als nijverheidsgewas werd vlas geteeld. Op het einde van de 14e eeuw was Izegem een aanzienlijk productiecentrum voor linnen geworden. Zelfs de vernietiging van de linnenhalle door de Gentenaren in 1452 kon geen ommekeer veroorzaken. De halle stond tussen de twee (nog steeds bestaande) marktplaatsen. De heer van Izegem gaf op 17 november 1525 zijn toestemming tot het houden van een linnenmarkt, die ook voor hem een bron van inkomsten zou betekenen. De linnenmarkt werd de zaterdag gehouden en dat is in Izegem tot op vandaag de marktdag.

Inleiding
De Prehistorie
De feodaliteit
De Franse en Hollandse Periode
Economisch, sociaal en demografisch
15de tot 19de eeuw
landbouw en textiel in de 19de eeuw
schoen- en borstelnijverheid
sociale ellende in de 19de eeuw
ontsluiting van Izegem
Godsdienstig
Politiek
Halfweg de 16e eeuw werd Izegems linnen via Brugge naar Engeland en vooral Spanje geëxporteerd.

De Izegemse el gold toen als de geijkte West-Vlaamse el voor het linnen. Vooral de 'Yseghemsche blaeukens' of 'bocraen', blauw geverfd linnen, waren een specialiteit van de Izegemse linnenproductie.
In juni 1577 werd trouwens met de bouw van een nieuwe linnenhalle begonnen, op het moment dat de Izegemse markt het peil van de Kortrijkse had bereikt. Vanaf dat ogenblik ging het evenwel bergaf met het Izegemse linnen.

Op 22 augustus 1568 werd de Sint-Tillokerk geplunderd door de protestantse beeldenstormers. Ook de kerken van Emelgem en Ingelmunster werden toen door dezelfde bende verwoest. De kerk van Kachtem werd beschadigd door de Beeldenstorm, maar, anders dan in Izegem en Emelgem, leed het dorpsleven er nauwelijks onder.

Tot 1577 was de 16de eeuw de gouden eeuw voor de Izegemse lijnwaadnijverheid, maar de jaren 1578-1609 waren ongeluksjaren voor Izegem.

Een indicator daarvoor is de daling van het aantal Izegemse buitenpoorters van Kortrijk. Buitenpoorters (hier Izegemnaren) genoten van rechten in de stad waarin ze zich als poorter lieten inschrijven (hier Kortrijk). Tussen 1577 en 1593 daalde dat aantal tot één zesde! Een andere aanwijzing voor de crisis is dat in 1587-1588 een belasting op het verbruik van wijn, bier en vlees in Izegem geen drie procent opbracht van wat in 1575-1576 kon worden geïnd. Vanuit Gent, waar de calvinisten eind 1577 de macht hadden gegrepen, werd een breed offensief tegen de kerk ingezet, waaraan ook Izegem niet ontsnapte.

  • Op 25 oktober 1578 sloeg de Izegemse bevolking op de vlucht voor de Malcontenten, die vanuit Menen in noordelijke richting oprukten. De Malcontenten waren Waalse eenheden die streden aan de zijde van Filips II. Op 7 april 1579 kregen talrijke wevers uit de streek de toelating om zich in Brugge te vestigen er er te werken.
  • In 1580 speelde zich in en om Ingelmunster en tot in Emelgem en Izegem een veldslag af : generaal de la Noue, een calvinist in dienst van Willem van Oranje, werd bij zijn poging om het kasteel van Ingelmunster in te nemen, beslissend verslagen.
  • In 1582 brak in de hele kasselrij Kortrijk een zware crisis uit.
  • In 1587 was Emelgem vrijwel onbewoond.
  • Op 18 april 1589 gingen in Izegem de halle en talrijke huizen in de vlammen op, vermoedelijk in brand gestoken door plunderende vrijbuiters uit Oostende of de omgeving van Sluis. Om aan de strooptochten te ontsnappen werd o.a. in Emelgem een fort gebouwd waarin een militair garnizoen geplaatst werd.
  • Ook in december 1592 viel een bende van 200 plunderende vrijbuiters Izegem binnen; ze staken verschillende huizen in brand en eisten losgeld voor gevangengenomen notabelen.
  • In 1595 brak pest uit. Dat ook de plaatselijke landbouw in die periode zware klappen kreeg, laat zich raden.

 

Oudst gekende kaart van Izegem: 1641Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), ten tijde van de aartshertogen Albrecht en Isabella, werd de situatie in Izegem wat beter, maar de rest van de 17de eeuw was rampzalig, vooral door het vele oorlogsgeweld. Verscheidene keren sloegen Izegemnaren op de vlucht voor plunderende troepen, vooral Franse, maar ook uit Lorreinen en Holland. Het economisch leven steunde op de landbouw en de linnennijverheid, maar de rol van Izegem als linnenhandelscentrum was uitgespeeld. In de 17de eeuw noteren we ook een aantal misoogsten, die hongersnood en daardoor ziekten veroorzaakten. In de zomer van 1631 werd Kachtem aangevallen door een roverbende. Toen Izegem opnieuw met de pest af te rekenen kreeg, besloot de wet in 1638 tot de bouw van een pesthuis in Emelgem (de heer van Izegem was ook heer van Emelgem). Geregeld werd de streek door Franse soldaten bezet. In 1645 plunderden Franse troepen, die in het bezit wilden komen van de vesting Kortrijk, o.a. in Emelgem en Kachtem. De Negenjarige oorlog (1688-1697) was rampzalig. Op 22-23 oktober 1689 kreeg Emelgem het ongewenste bezoek van Hollandse soldaten uit het garnizoen van Nieuwpoort en in 1690 plunderden Franse en Spaanse soldaten er.

 

 

In 1692 en 1693 waren er in Izegem meer sterften dan geboorten. Het hoogtepunt van de demografische crisis viel evenwel in 1694, toen 786 sterfgevallen werden genoteerd, naar schatting een kwart van de bevolking! Dat was 15 à 20 keer meer dan in een normaal jaar. Naar schatting telde Izegem 3.228 inwoners in 1653 en 3.447 in 1710, een stijging slechts met 219 eenheden in meer dan een halve eeuw

De 18de eeuw bracht nieuwe voorspoed. Dat was de Oostenrijkse periode (1713-1792). Slechts de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) betekende weer wat oorlogsgeweld in Izegem. De voeding verbeterde vooral dankzij de verspreiding van de aardappel. Wegens de lage loonkost was de Vlaamse linnennijverheid zeer competitief en kon een deel van de productie worden uitgevoerd. Tussen 1710 en 1790 verdubbelde de (klein-)Izegemse bevolking : van 3.447 tot 7.088. In 1746 stonden er 673 woonhuizen - waarvan 219 hoeven - in Izegem zelf, 231 woningen - waarvan 3 hofsteden - meer dan in 1653. De stijging van de bevolking werd niet opgevangen door de landbouw, wel vnl. in de lijnwaadsector. In 1783 telde Emelgem 1417 zielen. Kachtem telde in 1745 zo'n 628 parochianen en in 1775 235 gezinnen met 830 communicanten, zodat het dorp in 1775 een onderpastoor toegewezen kreeg. In 1804 kreeg elk Izegemse huis een huisnummer.

Concept, design & development: © 2002, TaleS